ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9615
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Mink
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning niet-biologische vader wegens ongerechtvaardigde termijntoepassing
De dochter, geboren in 1975, werd in 1986 erkend door de man die niet haar biologische vader is. Na echtscheiding van haar moeder en de man in 1988, wijzigde zij haar geslachtsnaam in 1993 naar die van haar moeder. De dochter verzocht vernietiging van de erkenning door de man, maar de rechtbank wees dit af vanwege overschrijding van de wettelijke termijn.
In hoger beroep stelde de dochter dat zij onjuist werd voorgelicht door de gemeente Rotterdam, waardoor zij een verzoek tot geslachtsnaamswijziging indiende in plaats van tot vernietiging van erkenning. Het hof stelde vast dat de man niet de biologische vader is en dat de dochter al bij meerderjarigheid de erkenning wilde vernietigen.
Het hof oordeelde dat het vasthouden aan de wettelijke termijn van artikel 1:205 lid 4 BW Pro in dit geval een ongerechtvaardigde inmenging vormt in het familie- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Gezien het ontbreken van bezwaar van belanghebbenden en de maatschappelijke werkelijkheid, vernietigde het hof de erkenning en gelastte aanpassing van de geboorteakte.
Uitkomst: Het hof vernietigt de erkenning van de dochter door de man wegens ongerechtvaardigde toepassing van de wettelijke termijn.