ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9423
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mink
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding met geschil over koopsom garantiepolis en lening moeder
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgemeenschap centraal na de echtscheiding van partijen. De kern van het geschil betreft de waardering en toedeling van een koopsom garantiepolis bij ABN AMRO en een lening van de moeder van de vrouw. De rechtbank had eerder een verdeling vastgesteld waarbij de polis werd gewaardeerd op €13.302,- en de lening op €7.000,-.
De man stelde in incidenteel appel dat de polis een hogere waarde had en dat hij recht had op de helft van de hypotheekrente over augustus 2008, terwijl de vrouw stelde dat de polis nihil waard was omdat de gelden waren besteed aan huishoudelijke lasten. Het hof kon niet vaststellen wat precies was afgesproken over de polis en ging daarom uit van de hoofdregel dat activa en passiva gemeenschappelijk zijn zolang de gemeenschap bestaat. Omdat de vrouw stelde dat de polis was opgesoupeerd, oordeelde het hof dat de polis niet tot de te verdelen gemeenschap behoorde en vernietigde het vonnis op dit punt.
Ten aanzien van de lening stelde de man dat een deel was afgelost, wat door het hof werd bevestigd, waardoor de lening op €5.950,- werd vastgesteld. De lening moest door partijen ieder voor de helft worden gedragen. Het verzoek van de man tot vergoeding van de betaalde hypotheekrente werd afgewezen omdat dit een huishoudelijke last betrof. Het hof bekrachtigde verder de beschikking en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking voor de polis en lening, stelt de poliswaarde nihil en de lening op €5.950,-, die ieder voor de helft moet dragen.