ECLI:NL:GHSGR:2011:BP8941
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Pannekoek-Dubois
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot betaling som ineens op grond van erfrecht voor arbeid op boerderij
De verzoeker vorderde een som ineens op grond van artikel 4:36 BW Pro voor werkzaamheden die hij tussen 1 juli 1971 en 1 juli 1974 op de boerderij van zijn vader heeft verricht. De kantonrechter wees dit verzoek af wegens verjaring. De verzoeker stelde dat het nieuwe erfrecht van toepassing is en dat de vordering pas zes maanden na overlijden opeisbaar is.
Het hof stelde vast dat de vordering was verminderd tot € 17.411,67 en dat de vader in 2008 was overleden. De werkzaamheden bestonden uit diverse agrarische taken en de verzoeker had ook opleidingen gevolgd die door de vader werden betaald. De verzoeker had later een succesvolle champignontelersonderneming opgebouwd.
De belanghebbenden betoogden dat de vordering verjaard is en dat de verzoeker destijds reeds een passende vergoeding ontving, gelijk aan de andere kinderen. Het hof achtte aannemelijk dat de verzoeker destijds een passende vergoeding kreeg, mede gelet op de gebruikelijke gang van zaken binnen het gezin en fiscale rapportages.
Het hof oordeelde dat de verzoeker ondanks het erfrecht geen aanspraak kan maken op een som ineens, omdat het redelijk en billijk is aan te nemen dat hij destijds adequaat is beloond. De bestreden beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot betaling van een som ineens af en bekrachtigt de bestreden beschikking.