ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6671
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Renckens
- Mertens-Steeghs
- Van Teeffelen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partneralimentatie en vermogenstoerekening na echtscheiding
Partijen zijn in 1976 gehuwd en gescheiden bij beschikking van de rechtbank Middelburg in 2005, waarbij de man verplicht werd partneralimentatie te betalen van €511 per maand. De rechtbank stelde deze bijdrage per 1 juni 2007 op nihil. De vrouw stelde in hoger beroep dat haar netto inkomsten uit vermogen onvoldoende zijn om in haar levensonderhoud te voorzien en dat zij haar vermogen wil bewaren voor medische en onverwachte uitgaven.
De man betwistte dit en voerde aan dat de vrouw redelijkerwijs op haar vermogen kan interen, mede gezien haar pensioenuitkering vanaf 2015. Het hof overwoog dat de vrouw een vermogen van circa €130.000 bezit en vanaf haar pensioenleeftijd een pensioenuitkering ontvangt die samen met haar AOW haar behoefte dekt.
Het hof concludeerde dat de vrouw niet behoeftig is na haar 65e en dat zij redelijkerwijs op haar vermogen kan interen in de periode daarvoor. De nihilstelling van de alimentatiebijdrage per 1 juni 2007 wordt dan ook bekrachtigd. Het hof verwierp het incidenteel appel van de man dat ook het vermogen uit de huwelijksgoederengemeenschap moet worden aangewend, aangezien de vrouw dit vermogen mag behouden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de nihilstelling van de partneralimentatie per 1 juni 2007 en oordeelt dat de vrouw redelijkerwijs op haar vermogen kan interen en niet behoeftig is na haar pensioenleeftijd.