ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6257
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het verzoek tot wraking van rechters in strafzaak
In deze strafzaak heeft het Openbaar Ministerie op 16 februari 2011 een verzoek tot wraking ingediend tegen de voorzitter en raadsheren van de meervoudige strafkamer. Het verzoek betrof uitlatingen van de voorzitter tijdens een terechtzitting op 9 februari 2011.
Het hof stelde vast dat het verzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds op 9 februari 2011 bekend waren, terwijl het verzoek pas een week later werd gedaan. De voorzitter en raadsheren wensten niet te worden gehoord en gaven geen schriftelijke reactie.
Na behandeling van het verzoek op 18 en 22 februari 2011 oordeelde het hof dat het verzoek niet ontvankelijk was. Het hof benadrukte dat het wrakingsverzoek betrekking had op alle zaken waarin de betrokken raadsheren en voorzitter zitting hadden, ondanks dat de raadsvrouw van de verdachten niet aanwezig was bij de zitting van 16 februari.
De beslissing werd op 1 maart 2011 gegeven door de meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Gravenhage, waarbij het verzoek van het Openbaar Ministerie werd afgewezen wegens niet-tijdige indiening.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de voorzitter en raadsheren is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.