ECLI:NL:GHSGR:2011:BP6252
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot wraking van rechters wegens laattijdige indiening
In deze zaak heeft het Openbaar Ministerie op 16 februari 2011 een verzoek tot wraking ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige strafkamer, naar aanleiding van uitlatingen van de voorzitter tijdens een zitting op 9 februari 2011. Het hof oordeelt dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend omdat de feiten en omstandigheden waarop het verzoek berust, reeds op 9 februari 2011 bekend waren bij het Openbaar Ministerie, terwijl het verzoek pas een week later werd gedaan.
Het hof stelt vast dat het verzoek is gebaseerd op uitlatingen van de voorzitter die tijdens de zitting van 9 februari 2011 zijn gedaan. Het Openbaar Ministerie heeft toen aangegeven verrast te zijn en meer tijd te wensen om het requisitoir aan te passen, maar heeft het wrakingsverzoek niet direct ingediend. Pas na verschillende pleidooien en na het verstrijken van de termijn heeft het OM het verzoek mondeling ingediend op 16 februari 2011.
De voorzitter en raadsheren hebben het wrakingsverzoek niet ingewilligd en wensten niet te worden gehoord. De wrakingskamer heeft het verzoek op 18 en 22 februari 2011 behandeld en geoordeeld dat het verzoek niet ontvankelijk is wegens laattijdigheid. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie dan ook niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking wegens laattijdige indiening.