ECLI:NL:GHSGR:2011:BP5815
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Geen toerekening alleenstaande-ouderkorting bij gezamenlijke huishouding met vriend dochter
Belanghebbende maakte aanspraak op de alleenstaande-ouderkorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting voor het jaar 2006. De Inspecteur had deze geweigerd omdat belanghebbende samen met de vriend van haar dochter een gezamenlijke huishouding zou voeren. De rechtbank had de aanslag verminderd en de korting toegekend, maar de Inspecteur ging in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op commerciële basis huisvesting en voeding aan de vriend verschafte, waardoor sprake was van een gezamenlijke huishouding. De vriend was weliswaar ingeschreven op het adres van belanghebbende en at mee, maar betaalde slechts incidenteel een vergoeding. Het feit dat hij ook elders verbleef deed hier niet aan af.
Het hof benadrukte dat voor de interpretatie van het begrip 'gezamenlijke huishouding' in de Wet inkomstenbelasting 2001 moet worden aangesloten bij de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarbij het criterium is of er sprake is van een commerciële relatie zoals bij kostgangers. Omdat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt, werd het hoger beroep van de Inspecteur gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bevestigt de weigering van de alleenstaande-ouderkorting wegens gezamenlijke huishouding met de vriend van de dochter.