ECLI:NL:GHSGR:2011:BP5723
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Husson
- Burgers-Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling kinderalimentatie en verdeling kosten verzorging en opvoeding
In deze zaak stond de vaststelling van kinderalimentatie en de verdeling van kosten voor verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen centraal. De vader was in hoger beroep gegaan tegen de eerdere beschikking waarin hij een bijdrage moest betalen van respectievelijk €219 en €284 per maand per kind. De moeder had haar eis ter zitting vermeerderd tot €350 per maand per kind en een bijdrage van tweederde in de kosten van kinderopvang gevorderd.
Het hof stond de mondelinge eisvermeerdering toe omdat de vader inhoudelijk had gereageerd en geen beroep deed op schending van de goede procesorde. De kosten van de kinderen werden vastgesteld op €475 per maand per kind, exclusief kinderopvangkosten, die het hof redelijk begrootte op €550 netto per maand voor twee kinderen. Het inkomen van de moeder werd begroot op €30.765 netto per jaar als startende ondernemer, terwijl het inkomen van de vader werd vastgesteld op €52.491 bruto per jaar.
Het hof achtte het redelijk en billijk om de kosten van de kinderen gelijkelijk tussen de ouders te verdelen. De draagkracht van de vader werd vastgesteld op een bijdrage van €375 per maand per kind. De ingangsdatum van de alimentatie werd gesteld op de datum van inschrijving van de echtscheiding in 2010. Kosten van tenuitvoerlegging werden niet aan de vader opgelegd omdat er geen gronden waren om aan te nemen dat hij niet zou betalen.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover de alimentatiebedragen betroffen en opnieuw vastgesteld op €375 per maand per kind, met terugwerkende kracht vanaf 5 augustus 2010. Voor het overige werd de beschikking bekrachtigd en werden overige verzoeken afgewezen.
Uitkomst: De vader moet vanaf 5 augustus 2010 €375 per maand per kind aan kinderalimentatie betalen.