ECLI:NL:GHSGR:2011:BP4312
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Vermogensbelasting en navorderingsaanslagen wegens buitenlandse bankrekening bij KBL
Belanghebbende werd navorderingsaanslagen opgelegd voor inkomsten- en vermogensbelasting over de jaren 1990-1992 vanwege een niet opgegeven buitenlandse bankrekening bij de Kredietbank S.A. Luxembourgeoise (KBL). De Inspecteur baseerde zich op microfiches die via de Belgische autoriteiten waren verkregen, ondanks dat deze gegevensdragers waren ontvreemd. Het hof oordeelde dat het gebruik van deze microfiches in de fiscale procedure toelaatbaar was.
Belanghebbende ontkende houder te zijn van de KBL-rekening en weigerde gegevens te verstrekken, waardoor de bewijslast werd omgekeerd. De Inspecteur identificeerde belanghebbende als rekeninghouder met behulp van een onderzoeksmethode en diverse administratieve bestanden. Het hof achtte deze identificatie betrouwbaar en stelde vast dat de navorderingsaanslagen terecht waren opgelegd op basis van een redelijke schatting.
De verhogingen van 100% wegens ernstige fraude werden passend bevonden, mede vanwege het bankgeheim in Luxemburg en de opzet van belanghebbende om fiscale voordelen te ontduiken. Wel werd een vermindering van 20% toegekend vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Bewijsaanbiedingen van belanghebbende werden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende specificatie.
Het hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard, waarmee de navorderingsaanslagen en heffingsrente in stand bleven.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en heffingsrente bevestigd, verhogingen met 20% verminderd wegens termijnoverschrijding.