ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3787
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- C.G.M. van Rijnberk
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname aan criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met oplichting en afpersing van kopers van mobiele telefoons en spelcomputers in Rotterdam.
Het hof constateerde aanwijzingen voor het bestaan van een criminele organisatie, zoals de wijze van goederenaanbieding via internet, ontmoetingen op locaties voor overdracht, telefonische contacten rondom delicten en het gebruik van bedreiging met vuurwapenachtige voorwerpen. Desondanks was het bewijs onvoldoende om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte deel uitmaakte van een duurzame en gestructureerde criminele organisatie.
Belangrijke factoren waren de vrijspraken van andere tenlastegelegde feiten, het ontbreken van strafdossiers van medeverdachten die elders worden berecht, en het ontbreken van een separaat onderzoek naar het bestaan van de organisatie. Bovendien gaf de advocaat-generaal slechts een algemeen beeld van het begrip criminele organisatie zonder concrete onderbouwing.
Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte niet voor de juiste rechter was gedagvaard voor de periode waarin hij minderjarig was, wat leidde tot nietigheid van de dagvaarding voor dat deel.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het betrekking had op de tenlastelegging van deelname aan de organisatie, sprak verdachte vrij van deze tenlastelegging en verklaarde de dagvaarding nietig voor de periode 1 augustus 2006 tot en met 24 december 2006.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs en de dagvaarding wordt deels nietig verklaard.