ECLI:NL:GHSGR:2011:5676

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
29 maart 2011
Publicatiedatum
29 november 2021
Zaaknummer
200.069.774/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 217 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenkomst en cessie bij vordering wegens levering veevoer met te hoog sulfaatgehalte

In deze civiele zaak betreft het een hoger beroep over vier vonnissen inzake de levering van veevoer met een te hoog sulfaatgehalte en de aansprakelijkheid van de verkoper. De Keizersberg is in hoger beroep gekomen tegen Bonda. Een derde partij heeft incidenteel verzocht tot tussenkomst, omdat zij de vorderingen van De Keizersberg op Bonda heeft overgenomen door middel van cessie.

Het hof beoordeelt het verzoek tot tussenkomst en stelt vast dat de verzoeker een belang heeft bij tussenkomst om haar rechten te beschermen, aangezien zij rechthebbende is geworden van de vorderingen jegens Bonda. Het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 217 Rv Pro en wordt toegewezen.

Het hof bepaalt dat de proceskosten van het incident ten laste komen van de verzoeker en De Keizersberg, omdat Bonda de tussenkomst niet heeft uitgelokt en zich er niet tegen heeft verzet. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het indienen van memorie van grieven, waarbij de tussenkomende partij haar zelfstandige vorderingen kan onderbouwen.

Uitkomst: Het hof staat de tussenkomst toe en veroordeelt de tussenkomende partij en De Keizersberg in de proceskosten van het incident.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-GRAVENHAGE
Sector handel
Zaaknummer : 200.069.774/01
Rolnummer rechtbank : 274612 / HAZA 06-3432
arrest van de vierde civiele kamer d.d. 29 maart 2011 in het incident tot tussenkomst
(artikel 217 Rv Pro)
inzake
BEHEER- EN BELEGGINGSMAATSCHAPPIJ […] B.V.,
verzoekster in het incident tot tussenkomst, hierna te noemen: ,
[…]
advocaat: mr. L.Ph.J. Baron van Utenhove te 's-Gravenhage, in de zaak van:
EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DE KEIZERSBERG B.V.,
gevestigd te Elsendorp,
verweerster in het incident tot tussenkomst, appellante in de hoofdzaak,
hierna te noemen: De Keizersberg,
advocaat: mr. L.Ph.J. Baron van Utenhove te 's-Gravenhage,
tegen
BONDA'S VEEVOEDERBUREAU B.V.,
gevestigd te Hillegom,
verweerster in incident tot tussenkomst, geïntimeerde in de hoofdzaak,
hierna te noemen: Bonda,
advocaat: mr. R. van Eck te Enschede.

Het geding

Bij exploot van 8 april 2010 is De Keizersberg in hoger beroep gekomen van vier door de Rechtbank 's-Gravenhage tussen partijen gewezen vonnissen van 13 december 2006,
17 december 2008, 22 juli 2009 en 13 januari 2010. […] heeft bij incidentele
memorie tot tussenkomst gevorderd haar toe te laten als tussenkomende partij in het tussen De Keizersberg en Bonda bij het hof aanhangige geding. De Keizersberg en Bonda hebben ieder een memorie van antwoord in het incident tot tussenkomst genomen.
Vervolgens heeft De Keizersberg de stukken overgelegd en arrest gevraagd in het incident.

Beoordeling van de incidentele vordering

1. In haar incidentele memorie tot tussenkomst stelt […] dat zij recht en belang heeft om in het tussen De Keizersberg en Bonda aanhangige rechtsgeding tussen te komen. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Bij akte van overeenkomst van cessie van
17 november 2010 heeft De Keizersberg de in eerste aanleg tegen Bonda ingestelde vorderingen aan […] overgedragen. Hierdoor is het belang van De Keizersberg in de appelprocedure op haar overgegaan. Zij is rechthebbende geworden van de vorderingen op Bonda en zij zou - althans voor zover de vorderingen worden toegewezen - Bonda daarop kunnen aanspreken en zo nodig haar verhaalsrecht kunnen uitoefenen op het vermogen van Bonda. Zonder tussenkomst kan zij door De Keizersberg in haar belang
geschaad worden, omdat zij dan niet op basis van een eigen recht de aan haar overgedragen vorderingen jegens Bonda geldend kan maken.
2. De Keizersberg concludeert tot toewijzing van het verzoek tot tussenkomst.
Bonda heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof, waarbij zij nog wel opmerkt dat zij meent dat de kosten van het incident voor […] behoren te komen.
3. Het hof overweegt als volgt. Voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst moet blijken van een belang van de verzoeker om benadeling of verlies van een hem toekomend recht te voorkomen. In overeenstemming hiermee moet in de regel worden aangenomen dat het in artikel 217 Rv Pro genoemde belang ook aanwezig is wanneer degene die volgens de tussenkomst vorderende partij zijn schuldenaar is, door een derde wordt aangesproken tot voldoening van de desbetreffende vordering (HR 14 maart 2003, NJ 2003, 313). Naar het oordeel van het hof is dit in het onderhavige geval aan de orde. Immers, De Keizersberg spreekt Bonda aan tot voldoening van een vordering waarvan […] stelt dat deze als gevolg van cessie aan haar toekomt. Het verzoek voldoet aan het vereiste van artikel 217 Rv Pro en zal worden toegewezen.
4. In het feit dat Bonda de onderhavige tussenkomst niet heeft uitgelokt noch zich hiertegen heeft verweerd, en evenmin partij is bij de cessie, ziet het hof aanleiding om de proceskosten van dit incident ten laste te brengen van […] en De Keizersberg.

Beslissing

Het hof:
in het incident:
laat […] in deze zaak toe als tussenkomende partij in het tussen De Keizersberg en Bonda aanhangige geding;
veroordeelt […] en De Keizersberg in de kosten van het incident aan de zijde van Bonda begroot op€ 894,- aan salaris advocaat;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 10 mei 2011 voor memorie van grieven aan de zijde van De Keizersberg en memorie van grieven aan de zijde van […] waarbij […] als tussenkomende partij in deze memorie van grieven haar zelfstandige vordering(en) in de hoofdzaak in een petitum kan vastleggen en deze vorderingen kan onderbouwen.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.M.E. Arpeau, J.M.Th. van der Hoeven-Oud, en
M.M. Olthof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2011 in aanwezigheid van de griffier.