ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ8231

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
28 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.007.232.01
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Pannekoek-Dubois
  • Dusamos
  • Hulsebosch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep inzake bijdrage verzorgingskosten minderjarige kinderen

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die haar verzoek tot een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen aanhield in afwachting van DNA-onderzoek. Dit onderzoek was onderdeel van een procedure voor vervangende toestemming voor erkenning van de kinderen.

Tijdens de mondelinge behandeling waren naast de advocaten van partijen ook vertegenwoordigers van de raad en Jeugdzorg aanwezig. De moeder is in de tussentijd overleden, maar er is geen schorsing van de procedure aangevraagd, zodat het hoger beroep is voortgezet.

Het hof oordeelt dat het hier gaat om een tussenbeschikking waartegen geen hoger beroep openstaat en verklaart de moeder daarom niet-ontvankelijk. Het voorwaardelijk incidenteel appel van de man wordt niet inhoudelijk behandeld. Tevens wijst het hof het verzoek van de man af om de moeder te veroordelen in de proceskosten.

Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 28 juli 2010
Zaaknummer : 200.007.232.01
Rekestnr. rechtbank : FA RK 07-718
[appellante]
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat voorheen mr. R.W.S. Nijman, thans mr. V.C. Dekker te ’s-Gravenhage,
tegen
[geintimeerde],
wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. R. Aboukir te ‘s-Gravenhage.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De moeder is op 23 mei 2008 in hoger beroep gekomen van een beschik¬king van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 25 februari 2008.
De man heeft op 2 december 2008 een (voorwaardelijk) verweerschrift, tevens inhoudende (voorwaardelijk) incidenteel appel, ingediend.
Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 17 juni 2008, 14 juli 2008 en 8 augustus 2008 aanvullende stukken ingekomen.
De moeder is op [datum] overleden. Niet is gebleken dat van de zijde van de moeder schorsing van de procedure is gevraagd, als bedoeld in artikel 225 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Derhalve is de procedure voortgezet. Jeugdzorg voert thans de gezagstaken uit, nu zij met de voogdij is belast.
Op 12 mei 2010 is de zaak, tezamen met de zaken met de nummers: 200.007.223, 200.007.228 en 200.051.266, mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de moeder, de vader, bijgestaan door zijn advocaat. Namens de raad is verschenen: [naam]. Namens Jeugdzorg zijn verschenen: [naam] en [naam]. Voorts is de tante moederszijde verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Daarnaast is in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de minderjarigen verschenen: mevrouw mr. Van den Hoogen in de plaats van mr. A.B. Baumgarten. De aanwezigen hebben het woord gevoerd, mr. Dekker en mr. Aboukir onder meer aan de hand van de bij de stukken gevoegde pleitnotities.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
1. De bestreden beschikking is gegeven in een procedure waarin de moeder de rechtbank heeft verzocht een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen te bepalen. Bij deze beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de moeder aangehouden, in afwachting van de uitslag van het DNA-onderzoek, dat partijen zullen laten verrichten in het kader van de procedure tot het verlenen van vervangende toestemming voor erkenning van de minderjarige kinderen van partijen en iedere verdere beslissing aangehouden.
2. Nu het hier een tussenbeschikking betreft, waartegen geen hoger beroep openstaat, zal het hof de moeder niet ontvankelijk verklaren in haar beroep. Aan beoordeling van het voorwaardelijk incidenteel appel komt het hof niet toe.
3. Het hof ziet geen aanleiding om, zoals de man verzoekt, de moeder te veroordelen in de proceskosten en zal dit verzoek dan ook afwijzen.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
verklaart de moeder niet-ontvan¬ke¬lijk in haar hoger beroep;
wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Pannekoek-Dubois, Dusamos en Hulsebosch, bijge¬staan door mr. Wijtzes als griffier, en uitgespro¬ken ter openbare terecht¬zitting van 28 juli 2010.