ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ8025
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
- R.C.A. Duindam
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing in vereniging met bewijsuitsluiting tapgesprekken
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor poging tot afpersing in vereniging gericht tegen een persoon genaamd aangever 2, waarbij hij samen met mededaders dreigde en dwong tot betaling van een groot geldbedrag. De feiten speelden zich af in de nacht van 9 op 10 mei 2008, waarbij de verdachte samen met anderen de woning van aangever 2 binnenging en dreigende woorden uitsprak.
De verdachte werd vrijgesproken van een andere tenlastelegging betreffende afpersing van aangever 1, omdat niet kon worden vastgesteld dat hij wist van de criminele intenties en slechts als vertaler fungeerde. Het hof oordeelde dat de verdachte wel medeplichtig was, maar dat dit niet ten laste was gelegd.
Belangrijk in deze zaak was de bewijsuitsluiting van tapgesprekken vanwege onjuiste en tegenstrijdige processen-verbaal omtrent stemherkenning. Het hof achtte het vertrouwen in deze bewijsmiddelen geschaad en sloot deze tapgesprekken uit op grond van artikel 359a Sv.
De strafmaat werd bepaald op 6 maanden gevangenisstraf, geheel onvoorwaardelijk, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de onzorgvuldigheid van de politie in de bewijsvoering.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis, sprak verdachte vrij van de eerste tenlastelegging en veroordeelde hem voor de poging tot afpersing in vereniging zoals bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor poging tot afpersing in vereniging met bewijsuitsluiting van tapgesprekken.