ECLI:NL:GHSGR:2010:BP7375
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- A.D. Kiers-Becking
- T.H. Tanja-van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schade en imputatieregel bij teeltschade door grondvervuiling
In deze civiele zaak staat de vaststelling van de schadevergoeding centraal die appellant aan geïntimeerde moet betalen wegens grondvervuiling en de daaruit voortvloeiende teeltschade. Het geschil betreft met name de oppervlakte van de niet direct vervuilde grond en de wijze van berekening van de schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat partijen op 30 mei 1996 overeenstemming hebben bereikt over de oppervlakte van 8.840 m² niet direct vervuilde grond, ondanks dat appellant later bezwaar maakte over de verifieerbaarheid van dit getal. Diverse getuigenverklaringen ondersteunen dit oordeel. Verder wordt de berekeningsmethode van de teeltschade, waarbij de opbrengst van geïntimeerde wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde, als deugdelijke maatstaf bevestigd.
Appellant voert meerdere grieven aan, waaronder bezwaren tegen de schadeberekening, de toepassing van de imputatieregel en de toekenning van wettelijke rente. Het hof wijst de meeste grieven af, maar wijzigt de rente toekenning deels en bepaalt dat de berekening van rente over bepaalde schadeposten aan partijen wordt overgelaten. Ook wordt een compensatie van proceskosten toegewezen vanwege de verhouding in gelijk en ongelijk.
Uiteindelijk wordt appellant veroordeeld tot betaling van een bedrag van €75.378,22, vermeerderd met wettelijke rente over een deel van de schade vanaf 17 september 1984, met verrekening van reeds betaalde bedragen en terugbetaling van teveel betaalde bedragen door geïntimeerde. Het arrest bevestigt het vonnis van 4 oktober 1995 en vernietigt het eindvonnis van 21 juli 1999.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van €75.378,22 plus wettelijke rente met compensatie van proceskosten.