ECLI:NL:GHSGR:2010:BP6136
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C. van Nievelt
- J.M. van de Poll
- van der Burght
- Rechtspraak.nl
Voorlopige regeling en deskundigenonderzoek in zorg- en contactregeling minderjarigen na scheiding ouders
In deze zaak staat de toedeling van zorg- en opvoedingstaken en de invulling van het contact tussen de vader en zijn twee minderjarige kinderen centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een contactregeling met de vader uitvoerbaar bij voorraad heeft vastgesteld. De moeder stelt dat het contact met de oudste minderjarige problematisch is en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld over de bereidheid tot hulpverlening en de noodzaak van dwangsommen.
Het hof constateert dat de communicatie en afstemming tussen de ouders na hun scheiding problematisch zijn, wat een belemmering vormt voor het bereiken van een allesomvattende ouderschapsregeling. Het hof acht het in het belang van de minderjarigen dat de ouders een heroriëntatie op het ouderschap ondergaan via een deskundigenonderzoek, waarbij ook mediationtechnieken kunnen worden toegepast.
Het deskundigenonderzoek wordt opgedragen aan een onafhankelijke deskundige die nog niet eerder bij de zaak betrokken was. Het onderzoek moet onder meer de pedagogische mogelijkheden van de ouders, de hechting en loyaliteit van de kinderen, en de praktische invulling van de contactregeling beoordelen. Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring van de eerdere beschikking en stelt een voorlopige regeling vast, waarbij de contactregeling wordt aangepast en de kosten van het onderzoek voorlopig door de vader worden gedragen.
De zaak wordt aangehouden tot 25 juni 2011 om het deskundigenonderzoek te laten plaatsvinden en het hof in staat te stellen op basis van het rapport een definitieve beslissing te nemen.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring van de rechtbankbeschikking, gelast een deskundigenonderzoek en houdt de zaak aan tot 25 juni 2011.