ECLI:NL:GHSGR:2010:BP3811
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Mos-Verstraten
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof handhaaft ondertoezichtstelling oudste minderjarige en heft deze op voor overige drie
In deze zaak stond de verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarigen centraal, waarbij de vader in hoger beroep ging tegen de beslissing van de kinderrechter. De vader betoogde dat de ondertoezichtstelling onterecht was verlengd en onvoldoende was onderbouwd, met name omdat de moeder en Jeugdzorg verantwoordelijk zouden zijn voor de zorgelijke situatie. Jeugdzorg en de moeder verzetten zich tegen het beroep en stelden dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk bleef vanwege de sociaal-emotionele problemen van de kinderen.
Het hof oordeelde dat voor de oudste minderjarige, bij wie PDD-NOS en een gedragsstoornis waren vastgesteld, sprake bleef van een ernstig bedreigde sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit kind vertoonde gedragsproblemen thuis en op school, en andere interventies hadden gefaald. Daarom werd de ondertoezichtstelling voor deze oudste minderjarige bekrachtigd.
Voor de overige drie minderjarigen kon Jeugdzorg geen concrete bedreiging van hun ontwikkeling aantonen, slechts algemene zorgen uit het verleden en mogelijke toekomstige problemen. Het hof vond dat het volgen van hun ontwikkeling geen grond was voor ondertoezichtstelling en hief deze daarom op.
De kostenveroordeling werd afgewezen en het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee werd het hoger beroep deels gegrond verklaard: de ondertoezichtstelling werd gehandhaafd voor de oudste minderjarige en opgeheven voor de andere drie.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt gehandhaafd voor de oudste minderjarige en opgeheven voor de overige drie.