ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2902
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Kamminga
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarige kinderen afgewezen wegens ontbreken ernstige bedreiging
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kinderen onder toezicht stelde. Zij betoogde dat niet voldaan was aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling, omdat geen sprake was van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en omdat de hulpverlening binnen het vrijwillig kader plaatsvond.
Tijdens de zitting werd door de moeder aangevoerd dat het goed ging met de kinderen, hetgeen werd ondersteund door schoolrapportages en een voortgangsrapportage van de gezinsbegeleider. De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg stelden dat de moeder onvoldoende structuur bood en dat de kinderen baat hadden bij meer regels, maar erkenden tevens het hevige verzet van de moeder tegen de maatregel.
Het hof oordeelde dat de kinderrechter een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij de beoordeling van het verzoek en dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling ontbraken. Er was geen ernstige bedreiging van de zedelijke, geestelijke belangen of gezondheid van de kinderen aangetoond. Het verzoek tot ondertoezichtstelling werd daarom alsnog afgewezen en de bestreden beschikking vernietigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en vernietigt de ondertoezichtstelling wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen.