ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2868
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.B. Kamminga
- C.A.R.M. van Leuven
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Benoeming ouderschapsdeskundige en aanhouding zaak voor ouderschapsonderzoek
In deze zaak staat het gezamenlijk ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van een minderjarige centraal. De vader verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en alleen met het gezag belast te worden, alsmede wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige naar hem toe. De moeder verzet zich hiertegen en wil het gezamenlijk gezag en de verblijfplaats bij haar handhaven.
Het hof constateert dat de ouders na hun scheiding niet goed met elkaar communiceren, wat de ontwikkeling van de minderjarige bedreigt. Het hof acht het in het belang van het kind dat een deskundigenonderzoek wordt uitgevoerd om de communicatie en samenwerking tussen de ouders te verbeteren en een passende zorg- en opvoedingsregeling te bevorderen.
Het onderzoek richt zich op de onderlinge relatie van de ouders, de relatie met het kind, pedagogische mogelijkheden en het gezag en verblijfplaats van de minderjarige. De deskundige zal ook mediationtechnieken toepassen om het vertrouwen tussen de ouders te herstellen. De zaak wordt aangehouden tot januari 2011 om het onderzoek te laten plaatsvinden.
De kosten van het onderzoek worden ten laste van de rijksoverheid gebracht. Partijen hebben toegezegd mee te werken aan het onderzoek en eventueel aan een aanvullend universitair educatief onderzoek. Het hof wijst op het niet-vrijblijvende karakter van het onderzoek en de mogelijke gevolgen van de houding van partijen tijdens het onderzoek.
Uitkomst: Het hof gelast een deskundigenonderzoek en houdt de zaak aan tot januari 2011 voor rapportage en verdere beslissing.