ECLI:NL:GHSGR:2010:BP0459
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling in Nederland
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het als vreemdeling verblijven in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Tegen dit vonnis stelde de verdediging dat het bestanddeel dat de vreemdeling nog steeds ongewenst is, ontbrak in de tenlastelegging, waardoor de verdachte ontslagen zou moeten worden van alle rechtsvervolging.
Het hof stelde vast dat artikel 197 Sr Pro niet vereist dat de vreemdeling op het moment van het tenlastegelegde feit nog steeds ongewenst is, maar dat het voldoende is dat hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard en dat deze verklaring niet was ingetrokken. Uit processtukken en de verklaring van de verdachte bleek dat hij hiervan op de hoogte was.
De verdediging voerde overmacht aan omdat de verdachte niet naar Rwanda kon terugkeren en ook niet naar een ander land kon vertrekken. Het hof verwierp dit verweer omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de verdachte voldoende inspanningen had verricht om te vertrekken, noch dat andere landen geen optie waren.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het arrest uitgesproken op 22 december 2010.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden wegens verblijf als ongewenst verklaarde vreemdeling.