ECLI:NL:GHSGR:2010:BP0102
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling WOZ van houten recreatiewoning door Gerechtshof
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn vrijstaande houten recreatiewoning, die door de Inspecteur was vastgesteld op €317.000. Na bezwaar werd de waarde verlaagd naar €194.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Het Gerechtshof behandelde het hoger beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Het geschil betrof de juiste waardebepaling per 1 januari 2008, waarbij belanghebbende stelde dat de waarde op basis van de peildatum 1 januari 2003 verhoogd met een index van 1 à 2 procent per jaar moest worden vastgesteld. Het hof oordeelde dat de Wet WOZ geen waardering op basis van gemiddelde prijsindexen toestaat, maar een vergelijking met verkoopcijfers van vergelijkbare objecten vereist.
De Inspecteur had een taxatierapport overgelegd waarin rekening was gehouden met verschillen in inhoud, kaveloppervlakte, ligging, ouderdom en bouwkundige staat, waaronder de houten bouwaard. Het hof vond geen aanwijzingen voor onzorgvuldigheid bij de Inspecteur. Ook werd het betoog dat de uitspraak op bezwaar gebrekkig was gemotiveerd verworpen. De WOZ-waarde van €194.000 bleef gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €194.000 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.