ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8246
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- G.J.W. van Oven
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens ontbreken redelijk vermoeden van schuld bij auteursrechtinbreuk
Het gerechtshof te 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam in een strafzaak over auteursrechtinbreuk via twee websites. Het openbaar ministerie vervolgde verdachten wegens het op grote schaal verspreiden van auteursrechtelijk beschermde werken, gebaseerd op dossiers van Stichting Brein die de FIOD-ECD ontving.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie onterecht strafrechtelijke vervolging instelde in plaats van civielrechtelijke handhaving. Het hof onderzocht de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal uit 2002, die criteria stelt voor strafrechtelijke handhaving bij auteursrechtinbreuk.
Het hof concludeerde dat op het moment van de vervolgingsbeslissing geen redelijk vermoeden van schuld bestond dat de verdachte zich schuldig maakte aan grootschalige auteursrechtinbreuk, noch dat er sprake was van beroeps- of bedrijfsmatig handelen. Tevens bleek uit het dossier geen aanvullend onderzoek door het openbaar ministerie na ontvangst van de dossiers van Stichting Brein. Hierdoor werd de beginselen van behoorlijke procesorde geschonden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Hiermee werd de strafrechtelijke vervolging beëindigd wegens gebrek aan voldoende grondslag voor strafrechtelijke handhaving.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld.