ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8243
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- G.J.W. van Oven
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken redelijk vermoeden van schuld bij auteursrechtinbreuk via websites
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een zevental verdachten die werden beschuldigd van het op grote schaal inbreuk maken op auteursrechten via twee websites. De strafvervolging was gebaseerd op een dossier van Stichting Brein dat door de FIOD-ECD was ontvangen.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie onterecht strafrechtelijke handhaving had ingezet in plaats van civielrechtelijke. Het hof heeft de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal uit 2002 betrokken bij de beoordeling. Uit het dossier bleek niet dat op het moment van de vervolgingsbeslissing een redelijk vermoeden van schuld bestond volgens de criteria in deze aanwijzing.
Daarnaast bleek uit het dossier dat geen nader onderzoek door het openbaar ministerie was verricht na ontvangst van het dossier van Stichting Brein, hetgeen gebruikelijk is. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging kon overgaan en daarmee de beginselen van een behoorlijke procesorde had geschonden. Het vonnis van de rechtbank Rotterdam werd vernietigd en het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en het niet voldoen aan de criteria voor strafrechtelijke handhaving.