ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8239
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- G.J.W. van Oven
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart openbaar ministerie niet-ontvankelijk in strafzaak auteursrechtinbreuk via websites
In deze strafzaak stond de vermeende auteursrechtinbreuk via twee websites centraal, waarbij bezoekers auteursrechtelijk beschermde werken uitwisselden. Het openbaar ministerie vervolgde een zevental verdachten op basis van dossiers van Stichting Brein, aangeleverd aan de FIOD-ECD in 2004.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie onterecht strafrechtelijke vervolging instelde, terwijl civielrechtelijke handhaving passend was. Het hof onderzocht dit aan de hand van de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal uit 2002, die criteria bevat voor strafrechtelijke handhaving bij auteursrechtinbreuk.
Het hof constateerde dat op het moment van de vervolgingsbeslissing geen redelijk vermoeden van schuld bestond dat de verdachte zich schuldig maakte aan grootschalige, beroeps- of bedrijfsmatige inbreuk op auteursrechten. Tevens bleek uit het dossier dat geen nader onderzoek door het openbaar ministerie had plaatsgevonden na ontvangst van de dossiers van Stichting Brein.
Daarmee oordeelde het hof dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging kon overgaan en dat hiermee de beginselen van behoorlijke procesorde waren geschonden. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken redelijk vermoeden van schuld en onvoldoende onderzoek.