ECLI:NL:GHSGR:2010:BO8237
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- G.J.W. van Oven
- Chr.A. Baardman
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens onredelijke vervolgingsbeslissing in auteursrechtinbreukzaak
In deze strafzaak betrof het hoger beroep een vervolging van verdachten die via twee websites auteursrechtelijk beschermde werken verspreidden. Het openbaar ministerie baseerde de vervolging op dossiers van Stichting Brein, die grootschalige inbreuk op auteursrechten via peer-to-peer-netwerken aantoonde.
Het hof onderzocht of het openbaar ministerie terecht tot strafrechtelijke handhaving was overgegaan, waarbij het acht sloeg op de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude van het College van Procureurs-Generaal uit 2002. Deze aanwijzing bevat criteria voor strafrechtelijke vervolging bij auteursrechtinbreuk, waaronder het vereiste van een redelijk vermoeden van schuld en nader onderzoek door het OM.
Het hof stelde vast dat op het moment van de vervolgingsbeslissing geen redelijk vermoeden van schuld bestond dat de verdachte zich schuldig maakte aan grootschalige auteursrechtinbreuk. Tevens bleek uit het dossier dat het OM geen aanvullend onderzoek had verricht na ontvangst van de dossiers van Stichting Brein. Hierdoor heeft het OM de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie niet in redelijkheid tot vervolging kon komen en verklaarde het OM niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw berecht met deze beslissing.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld en schending van de beginselen van behoorlijke procesorde.