ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7373
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Mink
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging kinderalimentatie en draagkracht na echtscheiding
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank over de vaststelling van partner- en kinderalimentatie na echtscheiding. De man verzocht onder meer om beëindiging van partneralimentatie per 1 januari 2009 en verlaging van de kinderalimentatie tot €130 per maand per kind vanaf 1 juli 2008. De rechtbank wees deze verzoeken af.
Het hof overwoog dat de partneralimentatie van rechtswege eindigde toen de vrouw ging samenwonen met een ander. De discussie concentreerde zich op de kinderalimentatie en de draagkracht van de man. De man voerde aan dat de rechtbank bij de echtscheidingsbeschikking in 2007 was uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens, met name een te optimistische winstverwachting uit zijn onderneming.
Het hof stelde vast dat de man in 2007 een salaris uit dienstverband bij zijn besloten vennootschap genoot van €7.614, maar dat hij zelf uitging van een dga-salaris van €35.000. Het hof volgde dit hogere bedrag als uitgangspunt. De man kon niet aannemelijk maken dat hij naast dit salaris nog andere gelden uit de onderneming kon onttrekken, mede gelet op de geringe algemene reserve van de vennootschap.
Voor de jaren 2008 en 2009 ontbrak het hof inzicht in het bedrijfsresultaat en de kasstroom van de onderneming, waardoor niet kon worden vastgesteld of de man meer salaris kon onttrekken. Het hof kon daarom niet beoordelen of de man onvoldoende draagkracht had om de alimentatie te betalen en bekrachtigde de bestreden beschikking. Over de bijdrage voor de minderjarige die bij de man woont was reeds een overeenkomst gesloten, zodat het verzoek daartoe werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek tot verlaging van de kinderalimentatie af.