ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7018
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- De Haan-Boerdijk
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling van twee minderjarigen wegens ontbreken ernstige bedreiging
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die hun twee minderjarige kinderen onder toezicht stelde van Jeugdzorg. De ouders betoogden dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet meer aanwezig waren en dat de maatregel oneigenlijk werd ingezet om medewerking aan onderzoeken af te dwingen.
De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg voerden verweer en stelden dat ondanks positieve signalen de ondertoezichtstelling noodzakelijk bleef vanwege zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en het gebrek aan medewerking van de ouders.
Het hof onderzocht of de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling waren vervuld, namelijk dat de minderjarigen ernstig worden bedreigd in hun zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid en dat andere middelen hebben gefaald of naar verwachting zullen falen.
Het hof oordeelde dat voor beide minderjarigen onvoldoende aannemelijk was dat er een actuele ernstige bedreiging bestond. De positieve ontwikkelingen en het ontbreken van concrete aanwijzingen van ernstige bedreiging maakten voortzetting van de ondertoezichtstelling niet gerechtvaardigd.
Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor wat betreft de duur van de ondertoezichtstelling en hief deze met ingang van de datum van de beschikking op.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de twee minderjarigen wordt opgeheven wegens het ontbreken van een actuele ernstige bedreiging.