ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6296

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
1 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.045.528
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Labohm
  • Stollenwerck
  • Mulder
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:103 BWArt. 3:185 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking toedeling inboedel na echtscheiding wegens ontbreken geschil over verdeling

De vrouw kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de echtscheiding was uitgesproken en de inboedel in de echtelijke woning zonder verrekening aan haar was toegewezen. De vrouw betoogde dat het verzoek tot verdeling van de huwelijksgemeenschap ten onrechte in eerste aanleg was gedaan en toegewezen.

Uit het appelschrift en de zitting bleek dat partijen overeen waren gekomen dat in eerste aanleg alleen de echtscheiding zou worden verzocht, niet de verdeling van de huwelijksgemeenschap, zodat de vrouw afstand kon doen van de gemeenschap. De vrouw deed op 13 januari 2010 afstand van de huwelijksgemeenschap.

Het hof overwoog dat een rechter alleen kan beslissen over de verdeling indien partijen niet tot overeenstemming kunnen komen. Omdat partijen geen geschil over de verdeling hadden, had de rechtbank het verzoek tot verdeling niet mogen toewijzen. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking voor zover deze de toedeling van de inboedel zonder verrekening betrof en wees het verzoek tot toedeling alsnog af.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot toedeling van de inboedel zonder verrekening en wijst het verzoek tot toedeling af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 1 december 2010
Zaaknummer : 200.045.528.01
Rekestnr. rechtbank : F1 RK 09-172
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. P.A. den Hollander te Portugaal,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De vrouw is op 28 september 2009 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 29 juni 2009 van de rechtbank Rotterdam.
Op 5 november 2010 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de advocaat van de vrouw. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De advocaat van de vrouw heeft het woord gevoerd.
HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Daarin is de echtscheiding uitgesproken, en – voor zover hier van belang – uitvoerbaar bij voorraad de inboedel, welke zich in de echtelijke woning bevindt, zonder verrekening met de man, aan de vrouw toegedeeld.
De echtscheidingsbeschikking is op 11 november 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is de toedeling aan de vrouw, zonder verrekening met de man, van de inboedel welke zich in de (voormalige) echtelijke woning bevindt.
2. De vrouw verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het betreft de toedeling aan haar, zonder verrekening met de man, van de inboedel welke zich in de (voormalige) echtelijke woning bevindt, en (zo begrijpt het hof) het inleidende verzoek om te bepalen dat zonder verrekening met de man, de inboedel welke zich in de (voormalige) echtelijke woning bevindt, aan de vrouw toe te delen, af te wijzen.
3. Het hof overweegt als volgt. Uit de stukken is gebleken dat de advocaat van beide partijen in eerste aanleg bij de rechtbank een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend en daarnaast – onder meer – een verzoek heeft gedaan om tot verdeling van de huwelijksgemeenschap over te gaan. De vrouw is van de bestreden beschikking, waarin beide verzoeken zijn toegewezen, in appel gegaan en heeft in haar appelschrift betoogd dat de advocaat van beide partijen niet datgene in het verzoekschrift eerste aanleg heeft opgenomen wat partijen voor ogen hadden.
4. Uit haar appelschrift en uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de man en de vrouw klaarblijkelijk zijn overeengekomen dat in eerste aanleg slechts de echtscheiding zou worden verzocht en niet de verdeling van de huwelijksgemeenschap, zodat de vrouw de mogelijkheid zou hebben afstand te doen van de huwelijksgemeenschap als bedoeld in artikel 1:103 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW). Op 13 januari 2010 heeft de vrouw afstand gedaan van de huwelijksgemeenschap.
5. Het hof stelt voorop dat van (vaststelling van de wijze van) verdeling door de rechter op grond van artikel 3:185 BW Pro alleen dan sprake kan zijn indien deelgenoten niet tot overeenstemming kunnen komen over een verdeling. De beslissing van de rechter vervangt dan de wilsovereenstemming van de deelgenoten. Artikel 3:185 BW Pro biedt slechts een oplossing als de deelgenoten niet tot overeenstemming kunnen geraken. Indien er overeenstemming is over de verdeling tussen de deelgenoten, is er voor de rechter geen taak meer weggelegd ter zake de verdeling van de voormalige huwelijksgemeenschap.
6. Uit het verzoekschrift in eerste aanleg blijkt dat partijen – volgens de vrouw ten onrechte – het eens waren over de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap. Om die reden had hun verzoek in eerste aanleg tot verdeling niet kunnen worden toegewezen, aangezien er geen geschil meer omtrent de verdeling bestond. Ook in hoger beroep is noch gesteld noch gebleken dat partijen verdelingsgeschillen hebben.
7. Wat er ook overigens zij van de door de vrouw aangevoerde gronden om de bestreden beschikking te vernietigen waar het de verdeling betreft, zal het hof op grond van het bovenstaande de bestreden beschikking vernietigen en het verzoek tot verdeling alsnog afwijzen.
8. Het hof zal aldus beslissen
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw beschikkende:
wijst het inleidende verzoek van partijen om te bepalen dat zonder verrekening met de man, de inboedel welke zich in de echtelijke woning bevindt, aan de vrouw toe te delen, alsnog af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Stollenwerck en Mulder, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2010.