ECLI:NL:GHSGR:2010:BO5117
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Kamminga
- De Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen na echtscheiding
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn drie minderjarige kinderen centraal, na ontbinding van het huwelijk van de ouders. De kinderen verblijven bij de moeder en zijn sinds augustus 2008 onder toezicht gesteld van Jeugdzorg. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een omgangsregeling vaststelde.
De moeder diende een verweerschrift met incidenteel appel buiten de termijn in, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard. De vader wenst een omgangsregeling in een neutrale omgeving zolang hij geen eigen woonruimte heeft, terwijl Jeugdzorg en de moeder verschillende voorkeuren uiten over de locatie en opbouw van het contact.
Het hof stelt vast dat een toedeling van zorg- en opvoedingstaken noodzakelijk is en dat partijen bereid zijn daaraan mee te werken. Na overleg met partijen stelt het hof een regeling vast met een opbouwfase van zes weken en daarna omgang op zaterdagen in de woning van de moeder zonder haar aanwezigheid. De regeling houdt rekening met de schoolprestaties van het oudste kind en diens voetbalactiviteiten.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het oordeel van het hof betreft, verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar incidenteel appel en wijst het overige in hoger beroep af. De nieuwe beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de bestreden beschikking en stelt een nieuwe omgangsregeling vast met een opbouwfase en omgang op zaterdagen in de woning van de moeder zonder haar aanwezigheid.