ECLI:NL:GHSGR:2010:BO4171
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- R.S. van Coevorden
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gedeeltelijke gegrondverklaring verzet tegen dwangbevel pensioenpremies
VSC Schoonmaakdiensten B.V. is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter dat het verzet tegen een dwangbevel tot betaling van pensioenpremies ongegrond verklaarde. Het dwangbevel betrof een hoofdsom van €143.824,66 voor pensioenpremies over diverse kwartalen en correcties van 2004 tot en met 2006.
VSC voerde aan dat de gehanteerde gegevens onjuist waren, onder meer door verwisseling van aansluitnummers met een zustervennootschap, en dat zij betalingen had verricht die niet waren meegenomen. Het hof oordeelde dat VSC onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gegevens onjuist waren en dat de betalingen na betekening van het dwangbevel waren gedaan, waardoor deze niet tot een ander oordeel leidden.
Wel stelde het hof vast dat de buitengerechtelijke incassokosten van 15% van de hoofdsom niet voldoende waren onderbouwd en matigde deze tot €5.950,--. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het verzet gegrond voor zover het de buitengerechtelijke kosten boven dit bedrag betrof, en verder ongegrond. De kosten van het geding in hoger beroep werden gecompenseerd, die in eerste aanleg werden toegewezen.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt gedeeltelijk gegrond verklaard door matiging van de buitengerechtelijke kosten tot €5.950,-- en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.