ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2129
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Begheyn
- Riemens
- Van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over dwaling en zorgplicht bij particuliere borgstelling met zakelijk karakter
In deze zaak stond centraal of de particuliere borg [X.] zich terecht kon beroepen op dwaling bij het aangaan van een borgtochtovereenkomst met de bank. [X.] voerde aan dat hij een onjuiste voorstelling had van de financiële situatie van de onderneming BB&O, waarvoor hij borg stond, en dat de bank haar zorgplicht had geschonden door hem niet adequaat te informeren over de risico's.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van wederzijdse dwaling omdat de bank niet beschikte over actuele financiële gegevens en er van uit mocht gaan dat [X.], als medeaandeelhouder, zelf onderzoek had gedaan. De bank hoefde [X.] daarom niet nader te informeren over de financiële positie van BB&O. Tevens was het hof van oordeel dat [X.] vanwege zijn zakelijke motief onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij een waarschuwing over de risico's de borgstelling niet zou zijn aangegaan.
Daarmee faalden zowel het beroep op dwaling als het verwijt van schending van de zorgplicht. Ook de stelling dat de overeenkomst onredelijk bezwarend was, werd niet behandeld omdat dit niet meer aan de orde was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [X.] in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep van de particuliere borg op dwaling en schending van zorgplicht af.