ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1941
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag vennootschapsbelasting na geschil over goodwillvergoeding bij verkoop supermarkt
Belanghebbende, een BV met dochtermaatschappijen, vormde een fiscale eenheid en verkocht via een vennootschap onder firma (v.o.f.) een supermarkt aan een derde partij. De kern van het geschil betrof de vraag of er een mondelinge afspraak was dat de vergoeding voor de goodwill lager was dan in de schriftelijke overeenkomst vermeld.
De Inspecteur legde een aanslag vennootschapsbelasting op van ruim €3,3 miljoen, gebaseerd op de schriftelijke overeenkomst. Belanghebbende stelde dat de vergoeding voor de goodwill €1.633.609 bedroeg, de helft van het contractuele bedrag, en vorderde een vermindering van de aanslag.
Het hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat partijen een lagere vergoeding waren overeengekomen. Ook de lagere omzet en financieringsproblemen van de v.o.f. boden onvoldoende grond voor een aanpassing. Het hof bevestigde dat de aanslag terecht is gebaseerd op de schriftelijke overeenkomst en wees het hoger beroep af.
De proceskosten werden niet aan een partij toegewezen en belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen zes weken na verzending van het arrest.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag vennootschapsbelasting en wijst het beroep van belanghebbende af wegens onvoldoende bewijs van een lagere goodwillvergoeding.