ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1876
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- R. den Ouden
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Contante waarde alimentatieverplichting als schuld in box 3 belasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een belastbaar inkomen uit werk en woning, aanmerkelijk belang en sparen en beleggen. Hij was veroordeeld tot het betalen van alimentatie aan zijn ex-echtgenote met terugwerkende kracht tot 1 december 2005, waarbij de contante waarde van deze verplichting € 750.000 bedroeg.
De Inspecteur wees de aftrek van deze alimentatieverplichting als schuld in box 3 af, maar de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond. De Inspecteur ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de contante waarde van de alimentatieverplichting als schuld in de zin van artikel 5.3, derde lid, Wet IB 2001 kan worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de terugwerkende kracht van de alimentatieverplichting niet uitsluit dat deze bij de berekening van het belastbare inkomen in box 3 kan worden betrokken. Het incidentele hoger beroep van belanghebbende behoeft geen behandeling. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op € 14, en het griffierecht van € 448 werd geheven.
De uitspraak werd op 21 oktober 2010 in het openbaar uitgesproken door het hof te Den Haag. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de contante waarde van de alimentatieverplichting wordt als schuld in box 3 erkend.