ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9369
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mink
- Pijls-olde Scheper
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing minderjarigen wegens wegvallen wettelijke gronden
In deze zaak stond de uithuisplaatsing van vier minderjarigen centraal, die door Jeugdzorg was verlengd van 7 juni 2010 tot 7 juni 2011. De vader en moeder waren in hoger beroep gekomen tegen deze verlenging. Het hof heeft vastgesteld dat de wettelijke gronden voor de uithuisplaatsing, zoals genoemd in artikel 1:261 BW Pro, niet langer aanwezig zijn. Er heeft zich sinds september 2009 slechts één incident voorgedaan waarbij de vader de moeder thuis bezocht, waarbij onduidelijk bleef of er sprake was van huiselijk geweld. De moeder heeft adequaat gereageerd door de politie in te schakelen.
De ouders zijn inmiddels gescheiden en beiden volgen hulpverlening: de vader een agressieregulatie training en de moeder individuele behandeling bij PsyQ. De moeder ontvangt maatschappelijke ondersteuning en is financieel stabiel. Het hof constateert dat de ouders zeer betrokken zijn bij de minderjarigen en zich openstellen voor hulpverlening en aanwijzingen van de gezinsvoogd. Er is geen bewijs dat terugplaatsing de ontwikkeling van de kinderen in gevaar brengt. Jeugdzorg erkent dat de contactmomenten met de moeder verbeterd zijn en dat een observatie van de jongste kinderen plaatsvindt.
Op grond van deze feiten vernietigt het hof de beschikking tot uithuisplaatsing voor zover deze de duur betreft en bepaalt dat de machtiging tot uithuisplaatsing eindigt op 17 september 2010. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en overige verzoeken in hoger beroep zijn afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen wordt beëindigd per 17 september 2010.