ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9269
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ernstige bedreiging ontwikkeling
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij haar minderjarige kind onder toezicht werd gesteld voor de duur van één jaar. De moeder betwist dat er voldoende gronden zijn voor de ondertoezichtstelling, met name omdat het psychodiagnostisch onderzoek waarop de rechtbank zich baseerde verouderd zou zijn en zij ontkent de aanwezigheid van een angststoornis bij het kind.
De raad voor de kinderbescherming, Jeugdzorg en de vader verzetten zich tegen het beroep. Zij stellen dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd, onder meer door angst en geparentificeerd gedrag, en dat vrijwillige hulpverlening door de moeder wordt geweigerd. Het hof neemt de door de rechtbank vastgestelde feiten over en toetst of de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling zijn vervuld.
Het hof concludeert dat ondanks het ontbreken van bevestiging van een angststoornis door een recent kinderpsychiatrisch rapport, de combinatie van factoren zoals angst voor de vader, een problematische moeder-dochterrelatie en het ontbreken van communicatie tussen ouders de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigen. De moeder weigert noodzakelijke hulpverlening, waardoor de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd blijft.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en handhaaft de ondertoezichtstelling met benoeming van Jeugdzorg als toezichthoudende instantie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ondertoezichtstelling van de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.