ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8474
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gemeente handelt niet onrechtmatig bij herinrichting Rochussenstraat ondanks fijnstofbezwaren
In deze civiele zaak vordert appellant, eigenaar van een woning aan de Rochussenstraat te Rotterdam, dat de gemeente wordt verboden uitvoering te geven aan het inrichtingsplan variant 1, omdat dit volgens hem leidt tot onnodige gezondheidsschade door fijnstof en onvoldoende parkeerplaatsen.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende concreet had gesteld dat de herinrichting zou leiden tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen en dat de gemeente niet verplicht is maximaal rekening te houden met fijnstofreductie ten koste van andere belangen. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat het ingenieursbureau van de gemeente een deugdelijk onderzoek heeft uitgevoerd waaruit blijkt dat de grenswaarden niet worden overschreden.
Appellant's verwijzing naar een GGD-rapport wordt door het hof niet als overtuigend beschouwd, omdat dit rapport geen concrete metingen of berekeningen bevatte die rekening hielden met de herinrichting. Ook het bezwaar over het aantal parkeerplaatsen faalt, omdat er geen wettelijk recht op een bepaald aantal parkeerplaatsen bestaat en de gemeente het parkeerbelang heeft meegewogen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelt appellant in de proceskosten. De gemeente handelt niet onrechtmatig bij de herinrichting van de Rochussenstraat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de gemeente.