ECLI:NL:GHSGR:2010:BN7138
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Klein Breteler
- Van Dissel
- Van Gend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging status bedreigde getuige ondanks dreiging niet van verdachte zelf
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de rechter-commissaris terecht had bevolen dat de identiteit van getuige X1 tijdens diens verhoor verborgen moest blijven, conform artikel 226a, eerste lid onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal had verzocht om deze beschermingsmaatregel vanwege bedreigingen die niet rechtstreeks van de verdachte uitgingen, maar wel verband hielden met het criminele milieu waarin de verdachte en medeverdachte P. zich bevinden. De rechter-commissaris had dit verzoek toegewezen, waarna de verdachte hoger beroep instelde tegen deze beschikking.
Het hof oordeelde dat het niet vereist is dat de dreiging rechtstreeks van de verdachte komt om de status van bedreigde getuige toe te kennen. Gezien de feiten, waaronder verklaringen van andere getuigen over bedreigingen door medeverdachte P. en de samenhang tussen de strafzaken, was voldaan aan de wettelijke criteria voor bescherming van de getuige.
De bezwaren van de raadsman van de verdachte werden ongegrond verklaard en het hoger beroep werd afgewezen. De beschikking van de rechter-commissaris bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de beschikking dat de identiteit van getuige X1 verborgen blijft.