ECLI:NL:GHSGR:2010:BN7133
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Klein Breteler
- Van Dissel
- Van Gend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging status bedreigde getuige en afwijzing hoger beroep verdachte
In deze strafzaak heeft het hof beoordeeld of de rechter-commissaris terecht het bevel heeft gegeven om de identiteit van getuige X1 tijdens diens verhoor te verbergen, conform artikel 226a, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering. De rechter-commissaris had dit bevel gegeven op basis van feiten en omstandigheden waaronder bedreigingen die verband houden met de verdachte en de betrokkenheid van de verdachte bij de zogenaamde Julietbende.
De advocaat van de verdachte voerde aan dat de bedreigingen niet aannemelijk waren, mede omdat een andere getuige, Van der S., in hoger beroep wel op naam had verklaard. Het hof oordeelde echter dat dit geen afbreuk doet aan de status van bedreigde getuige van X1, omdat verschillende getuigen afzonderlijk bedreigd kunnen zijn. Tevens erkende het hof dat het ontbreken van directe toetsing door de verdediging aan de betrouwbaarheid van de anonieme getuige een belangenafweging vereist, waarbij het belang van de samenleving prevaleert.
Het hof concludeerde dat de feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk maken dat X1 terecht als bedreigde getuige is aangemerkt. De bezwaren van de verdediging werden als ongegrond verworpen. Het hoger beroep van de verdachte werd daarom afgewezen en de beschikking van de rechter-commissaris gehandhaafd.
De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Gravenhage op 15 september 2010, waarbij de voorzitter en twee leden het vonnis ondertekenden.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de verdachte af en bevestigt de status van bedreigde getuige van X1.