ECLI:NL:GHSGR:2010:BN6792
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- H.M.A. de Groot
- L. Bakker-Splinter
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in drugshandelzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Gravenhage het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en opnieuw recht gedaan omtrent de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door de veroordeelde. De rechtbank had het voordeel eerder vastgesteld op €90.613,96, maar het hof achtte deze berekening niet juist gezien de omvang van de drugshandel en de gebruikte kasopstelling.
Het hof stelde vast dat de veroordeelde en een medeveroordeelde zich schuldig hadden gemaakt aan invoer van harddrugs en uitvoer van softdrugs tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, waarbij geldtransfers via moneytransfers plaatsvonden. Op basis van verklaringen, processtukken en een financieel onderzoek werd het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op €20.582,00.
De verdediging voerde onder meer een overschrijding van de redelijke termijn aan, maar het hof constateerde slechts een geringe overschrijding en zag geen reden om de betalingsverplichting te matigen. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het arrest is gewezen op 5 juli 2010 door het hof in hoger beroep tegen het vonnis van 30 mei 2008 van de rechtbank Rotterdam. Het hof baseerde zich op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel definitief vast.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €20.582 en legt een betalingsverplichting aan de veroordeelde op.