ECLI:NL:GHSGR:2010:BN6719
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J. Wurzer
- D. Jalink
- H.C. Wiersinga
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks kennis van verbod
De verdachte was bij beschikking van de Staatssecretaris van Justitie op 15 maart 2006 tot ongewenst vreemdeling verklaard, waardoor hij op 12 maart 2008 niet in Nederland mocht verblijven. Ondanks deze kennis verbleef hij toch in Nederland.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf, tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld. De verdediging voerde aan dat het door de verdachte ingediende opheffingsverzoek in 2007 een schorsende werking had en dat de verdachte zich in een overmachtsituatie bevond omdat zijn uitzetting na 17 jaar nog niet was gerealiseerd.
Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat een ongewenstverklaring in beginsel onmiddellijke werking heeft en dat het enkele feit dat de uitzetting niet was geëffectueerd geen overmacht oplevert. Ook bleek onvoldoende inzet van de verdachte om Nederland te verlaten. Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte op 12 maart 2008 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat hij ongewenst was verklaard en veroordeelde hem tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks kennis van verbod.