ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5635
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Kamminga
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag wegens noncommunicatie en onbereikbaarheid van vader
In deze zaak stond de beëindiging van het gezamenlijk gezag over twee minderjarigen centraal. De moeder verzocht het hof om het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar het gezag alleen toe te kennen, omdat de vader sinds de echtscheiding in 2004 nauwelijks communiceerde en onbereikbaar was. De rechtbank had haar verzoek eerder afgewezen, waarop de moeder in hoger beroep ging.
Het hof stelde vast dat de vader niet was verschenen en niet te traceren was, ondanks meerdere oproepen, waaronder een openbare oproeping in een landelijke krant. De raad voor de kinderbescherming was voorstander van het behoud van het gezamenlijk gezag, maar erkende de communicatieproblemen.
Het hof overwoog dat het gezamenlijk gezag alleen kan worden beëindigd indien er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem komt te zitten tussen ouders of indien wijziging in het belang van het kind noodzakelijk is. Gezien de langdurige noncommunicatie en onbereikbaarheid van de vader achtte het hof het niet verantwoord het gezamenlijk gezag voort te laten duren.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en besloot het gezamenlijk gezag te beëindigen, waarbij het gezag aan de moeder alleen werd toegekend. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de griffier werd opgedragen de rechtbank hiervan onverwijld op de hoogte te stellen.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag over de minderjarigen wordt beëindigd en het gezag wordt aan de moeder toegekend.