ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4193
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aanspraak op WAO-hiaatuitkering na overgang onderneming en toepassing algemeen verbindend verklaarde CAO
De zaak betreft een geschil tussen Roosevelt cs en [geïntimeerde] over de toekenning van een WAO-hiaatuitkering na de overgang van onderneming van T.E.M. Zeeland B.V. naar Roosevelt cs per 1 juli 2002. [geïntimeerde] was sinds 1 oktober 1998 in dienst en meldde zich ziek op 25 mei 2003, waarna zij een WAO-uitkering ontving. Met ingang van 26 november 2005 ontstond een WAO-gat waarvoor Roosevelt cs een WAO-hiaatverzekering bij De Amersfoortse had afgesloten, maar geen uitkering verleende omdat [geïntimeerde] reeds arbeidsongeschikt was bij ingang van die verzekering.
De kantonrechter had de vordering van [geïntimeerde] toegewezen, maar Roosevelt cs ging in hoger beroep. Het geschil spitst zich toe op de toepassing van de algemeen verbindend verklaarde CAO voor aanvullend invaliditeitspensioen (AvIM-CAO) voor de periode 1999-2003, die ook van toepassing is op bedrijven die motorbrandstoffen verkopen, met uitzondering van leden van de Belangenvereniging Tankstations (BETA), waarvan Roosevelt cs sinds 1997 lid is.
Het hof stelde een comparitie van partijen vast om de juridische merites te bespreken en een regeling in der minne te beproeven, waarbij ook Mn Services, de uitvoerder van de verzekering, bij voorkeur vertegenwoordigd dient te zijn. Partijen werden verplicht aanvullende stukken te overleggen en het hof hield verdere beslissing aan tot na de comparitie.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en bepaalt een comparitie om de toepassing van de CAO en aanspraak op WAO-hiaatuitkering nader te bespreken.