ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4005
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Stille
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na wijziging omstandigheden en draagkrachtberekening
Het gerechtshof ’s-Gravenhage behandelde een hoger beroep inzake de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen. Partijen hadden een echtscheidingsconvenant gesloten waarin de kosten naar rato van hun bruto inkomens werden verdeeld. Na een aanvulling op het convenant ontstond een geschil over de verrekening van een vermeende schuld van de moeder aan de vader wegens overwaarde van de echtelijke woning.
De vader was in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van €307 per maand per kind aan kinderalimentatie. In hoger beroep stelde de vader dat de moeder niet-ontvankelijk moest worden verklaard en dat de alimentatie moest worden vernietigd. De moeder verzocht om een hogere alimentatie. Het hof oordeelde dat er sprake was van een rechtens relevante wijziging van omstandigheden, waaronder gewijzigde zorgverdeling en inkomenssituaties.
Het hof herzag de draagkrachtberekening van beide partijen, waarbij rekening werd gehouden met inkomens, omgangskosten en bijstandsnormen. De draagkracht van de vader werd vastgesteld op €1.115 per maand, waarvan 70% beschikbaar is voor kinderalimentatie, resulterend in €293 per maand per kind. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op €438. De gezamenlijke draagkracht was lager dan de behoefte van de kinderen, waardoor de alimentatie op €293 per maand per kind werd vastgesteld met ingang van 1 juni 2008.
De vordering van de vader tot verrekening van een schuld van de moeder wegens overwaarde werd afgewezen, mede omdat de moeder een bedrag van €3.000 had betaald ter finale kwijting. De kosten van de procedure werden niet aan de vader opgelegd. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de alimentatie opnieuw vast.
Uitkomst: De vader is veroordeeld tot betaling van €293 per maand per kind aan kinderalimentatie met ingang van 1 juni 2008.