ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3583
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschriften bij reïntegratietrajecten
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk gebruik van ongeveer 37 valse of vervalste geschriften, waaronder facturen, offertes en rapportages, met betrekking tot reïntegratietrajecten en cursussen die niet zouden hebben bestaan. Deze documenten zouden zijn gebruikt om onjuiste feiten te bewijzen richting verschillende gemeenten en uitkeringsinstanties.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de valsheid bestond uit het valselijk opvoeren van niet bestaande cursussen. Het hof wees erop dat sommige cursussen, zoals de regenbooggroep, daadwerkelijk bestonden en dat het feit dat sommige cursussen nog niet bestonden ten tijde van de documenten niet uitsloot dat deze later zijn ontwikkeld en gegeven. Er waren geen aanwijzingen dat de verdachte het voornemen had om de genoemde cursussen nooit te ontwikkelen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank Middelburg en sprak de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid in geschriften.