ECLI:NL:GHSGR:2010:BN3257
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na taxatierapport en vergelijkingsobjecten
Belanghebbende stelde dat de WOZ-waarde van zijn woning te hoog was vastgesteld op €197.000 per 1 januari 2007. Het geschil betrof de juiste waardebepaling van de woning, een benedenwoning met berging en tuin, met een inhoud van circa 195 m³.
De Inspecteur overlegde een taxatierapport van een deskundige die de woning had opgenomen en de waarde had bepaald door vergelijking met drie vergelijkbare objecten in de buurt, kort voor of na de waardepeildatum verkocht. De verschillen tussen de vergelijkingsobjecten en de woning waren volgens het hof voldoende meegenomen in de waardering.
Belanghebbende voerde aan dat een vergelijkingsobject een grotere inhoud had en dat de woning hinder ondervond van geluids- en parkeeroverlast, wat niet was meegenomen. Het hof oordeelde dat deze stellingen onvoldoende aannemelijk waren en dat de hinder ook bij het vergelijkingsobject aanwezig was, waardoor de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de lagere waarde van het vergelijkingsobject abusievelijk was vastgesteld en niet leidde tot een gelijke waardering. Het hof liet verder de discussie over de 'Fierensdrempel' buiten beschouwing omdat deze niet op belanghebbende van toepassing was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.