ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2766
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging benoeming mentor ondanks samenwoning zonder geregistreerd partnerschap
In deze zaak staat de instelling van een mentorschap over een betrokkene centraal. Appellante, die gedurende langere tijd met de betrokkene heeft samengewoond en voor haar heeft gezorgd, stelt dat zij als levensgezel in de zin van artikel 1:254 lid 4 BW Pro de eerst aangewezen persoon is om het mentorschap op zich te nemen. Zij verzoekt daarom de bestreden beschikking te vernietigen en zelf tot mentor te worden benoemd.
Het hof overweegt dat de wet uitdrukkelijk vereist dat een levensgezel een relatie moet hebben die gelijkgesteld is aan huwelijk of geregistreerd partnerschap. De feitelijke samenwoning zonder deze juridische status geeft appellante geen voorkeurspositie boven de overige belanghebbenden, allen kinderen van de betrokkene.
Verder acht het hof van belang dat de benoemde mentor meer draagvlak binnen de familie heeft en dat er sprake is van gestoorde verhoudingen tussen appellante en de overige betrokkenen. Het hof concludeert dat handhaving van de benoeming van de mentor het beste is voor de communicatie en besluit de bestreden beschikking te bekrachtigen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de mentor over de betrokkene en wijst het beroep van appellante af.