ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2019
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.W. Kuip
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens bedrijfseconomische redenen en schending anciënniteitsbeginsel
Twee werknemers van Endlich Begraafplaatsverzorging B.V. werden ontslagen na het verlies van een belangrijke opdracht, waarbij Endlich toestemming had verkregen van het UWV. De kantonrechter wees hun vordering tot erkenning van kennelijk onredelijk ontslag af, maar het hof vernietigt dit vonnis.
De werknemers voerden aan dat de bedrijfseconomische redenen niet voldoende waren onderbouwd, dat het anciënniteitsbeginsel werd geschonden en dat Endlich onvoldoende had gedaan om hen te herplaatsen of te begeleiden. Het hof oordeelt dat het verlies van de opdracht inderdaad een substantieel omzetverlies betekende en een personeelsreductie redelijk was, maar dat de werkgever onvoldoende zorg heeft gedragen voor passende voorzieningen.
Het hof stelt vast dat de werknemers vanwege hun leeftijd, lange dienstverband en beperkte kansen op de arbeidsmarkt onevenredig werden getroffen en dat Endlich geen adequate begeleiding of vergoeding bood. Daarom is het ontslag kennelijk onredelijk en wordt Endlich veroordeeld tot een schadevergoeding van €8.000,- respectievelijk €5.000,- bruto, plus wettelijke rente en terugbetaling van proceskosten. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag van de werknemers is kennelijk onredelijk en Endlich wordt veroordeeld tot schadevergoeding en terugbetaling van proceskosten.