ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1966
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. Kamminga
- J. Bouritius
- H.J. Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag moeder over minderjarigen
In deze zaak staat de ontheffing van het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarigen centraal. De rechtbank Rotterdam had de moeder ontheven van het gezag en de Stichting Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd. De ouders gingen in hoger beroep tegen deze beschikking.
De ouders betoogden dat zij nu in staat zijn om de verzorging en opvoeding van de jongste minderjarige verantwoord op zich te nemen, terwijl zij erkennen dat de oudste vanwege ernstige problematiek niet thuis kan wonen. De raad voor de kinderbescherming stelde dat de minderjarigen complexe gedragsproblemen hebben en dat ontheffing noodzakelijk is om de hulpverlening te waarborgen.
Het hof oordeelde dat ontheffing van het gezag niet kan worden uitgesproken als de ouder zich daartegen verzet, tenzij er gegronde vrees bestaat dat de bedreiging van de belangen van het kind niet anders kan worden afgewend. Het hof constateerde dat de ouders inmiddels beseffen dat thuisplaatsing niet mogelijk is vanwege de problematiek van de minderjarigen en dat zij zich niet zullen verzetten tegen verlenging van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.
Verder bleek niet aannemelijk dat de behandeling van de minderjarigen werd belemmerd toen de moeder het gezag uitoefende. Het enkele ontbreken van perspectief op thuisplaatsing is onvoldoende grond om het gezag te ontheffen. De raad heeft onvoldoende aangetoond dat ontheffing noodzakelijk is.
Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het het verzoek van de raad af. De moeder blijft daarmee het gezag over de minderjarigen behouden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot ontheffing van het gezag en wijst het verzoek van de raad af.