ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1956
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en afwijzing omgangsregeling in belang minderjarige
In deze civiele zaak stond het geschil centraal over het ouderlijk gezag en de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind, dat bij de moeder verblijft. De rechtbank Rotterdam had het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag aan de moeder toegekend, en het verzoek van de vader tot omgang afgewezen. De vader ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overwoog dat de communicatieproblemen tussen de ouders zo ernstig zijn dat gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico vormt voor het welzijn van de minderjarige. De stoornis en verstandelijke beperking van het kind maken snelle besluitvorming noodzakelijk, wat bij gezamenlijk gezag niet haalbaar is. Daarom werd de beëindiging van het gezamenlijk gezag bekrachtigd.
Ten aanzien van de omgangsregeling stelde het hof vast dat contact met de vader op dit moment schadelijk is voor het kind vanwege zijn behoefte aan rust, structuur en professionele begeleiding. Ook een begeleide omgang achtte het hof op dit moment onverantwoord. Het verzoek tot omgang werd daarom afgewezen.
De proceskosten werden niet aan de vader opgelegd, en de kosten werden gecompenseerd. De uitspraak werd gedaan door drie rechters van het hof 's-Gravenhage op 7 juli 2010.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek tot omgangsregeling af wegens het zwaarwegend belang van de minderjarige.