ECLI:NL:GHSGR:2010:BN1849
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning te Lisse na hoger beroep
De Inspecteur stelde de WOZ-waarde van een woning te Lisse per 1 januari 2007 vast op €220.000 en legde op basis daarvan de aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2008 op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat door de Inspecteur werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en verlaagde de WOZ-waarde tot €204.000.
In hoger beroep kwam de Inspecteur op tegen deze uitspraak en stelde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het Hof nam kennis van taxatierapporten van de zijde van de Inspecteur, waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met vijf vergelijkingsobjecten. De waardevermindering wegens het ontbreken van centrale verwarming en de mindere staat van onderhoud werd verwerkt in een lagere prijs per kubieke meter.
Belanghebbende betwistte deze waarderingen en bracht eigen stukken in, waaronder een prijsopgave voor centrale verwarming en een taxatierapport van een beëdigd taxateur. Het Hof oordeelde dat de waardering van de Inspecteur aannemelijk was en dat de door belanghebbende aangevoerde waardeverminderingen binnen de marges van de Wet WOZ vielen.
Het Hof stelde vast dat de inhoud van de woning en vergelijkingsobjecten gelijk was en dat eerdere waarderingen geen zelfstandige betekenis hadden voor het huidige tijdvak. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de uitspraak op bezwaar bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd op €220.000 en het hoger beroep van de Inspecteur wordt gegrond verklaard.