ECLI:NL:GHSGR:2010:BN0800
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- Mink
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek ontzegging omgang in hoger beroep
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kind centraal. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank, maar heeft vervolgens zijn beroepschrift ingetrokken. De moeder heeft in incidenteel appel verzocht om ontzegging van het omgangsrecht van de vader.
Het hof oordeelt dat het principaal appel van de vader niet-ontvankelijk is omdat het beroep is ingetrokken. Daarnaast is het incidenteel appel van de moeder niet-ontvankelijk omdat zij haar verzoek tot ontzegging van het omgangsrecht voor het eerst in hoger beroep heeft gedaan, wat volgens artikel 362 Rv Pro niet is toegestaan.
Het hof stelt vast dat er momenteel geen omgang plaatsvindt tussen het kind en de vader, wat door partijen wordt onderschreven. Het hof wijst daarom alle in hoger beroep en incidenteel appel meer of anders verzochte af en verklaart beide partijen niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de vader en het incidenteel appel van de moeder niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot ontzegging omgang af.